De legende van de Gulden Strop

Opmerking: in de blog werd het verhaal stukje per stukje vrijgegeven. Hier krijg je het nog eens in één pagina.

Donderdag 3 januari 2013 – 15:30: ‘t Galgenhuisje, Gent.

GalgenhuisjeDe waard van het café ‘t Galgenhuisje in Gent is blij als de deur van zijn café opendraait. Eindelijk een klant. Hij had het laatste half uur al gedacht om weer te sluiten. Het was zijn eerste werkdag na het nieuwjaar gedruis en hij was eerlijk gezegd liever bij zijn nieuw lief blijven liggen, maar ja … de plicht roept.

Dat hij bij deze klant niet veel verhaal zal halen, was meteen duidelijk, want de man installeert zich in de verste hoek van het café, dicht bij de verwarming. Als de waard even later de bestelling gaat opnemen, ziet hij dat het om een behoorlijk oude man gaat en aan zijn kledij te zien, duidelijk een man met stand. Het valt de waard ook op dat de man er eigenlijk niet zo goed uitziet. Stamelend bestelt de oude man een koffie.

De waard draait zich om en wandelt terug naar zijn bar. Daar bijna aangekomen, hoort hij achter zich gestommel. Hij draait zich weer om en ziet de oude man naast zijn stoel op de grond liggen. De waard rept zich naar de man en merkt dat hij nog wel ademt, maar buiten bewustzijn is. Hij haast zich naar de telefoon en belt om een ziekenwagen.
Dik een uur later is het tumult voorbij en is de oude man, nog steeds buiten bewustzijn, afgevoerd naar het UZ. Afgaand op de blikken van de dokters van de MUG zag het er niet goed uit, want hun ogen stonden op zorgelijk.

De flikken waren ondertussen ook al langs geweest, maar veel meer dan het bovenstaande verhaal, had de waard “de broeders” ook niet kunnen vertellen. Ze drongen wel nog een paar keer aan, omdat de oude man blijkbaar geen papieren op zak had.

Na al dat tumult wil de waard snel terug naar huis. Met wat geluk ziet hij vanavond weer zijn nieuw lief. Bij het naar buiten gaan bemerkt de waard plots een plastieken zakje dat naast de radiator staat; niet zo ver van de plaats, waar de oude man daarnet zijn toeval kreeg. Benieuwd naar de inhoud van het zakje, stapt hij er op af en vindt hij er een klein, maar mooi houten kistje in terug. Hoe hij het ook draait of keert, hij kan nergens bemerken hoe het kistje open kan. Na nog een paar keer aan het kistje te hebben gefrunnikt, zet hij het achterin de bar en vertrekt naar zijn nieuw lief.

Maandag 7 januari 2013: De Gentenaar

OpsporingsberichtOpsporingsbericht

Op donderdag 3 januari is in café ‘t Galgenhuisje in Gent een oudere man onwel geworden en naar het ziekenhuis gebracht. Deze man was niet in het bezit van zijn identiteitspapieren en is dit weekend in het ziekenhuis overleden.

Het gaat hier over een bejaarde man tussen de 80 en 90 jaar oud. Hij was op donderdag 3 januari gekleed in een donkerbruine fluwelen pantalon van het merk “Armani”, een wit overhemd van het merk “Dior”, een donkerbruine vest eveneens van het merk “Armani” en een zwarte wollen overjas van het merk “DIYA.

Kent u deze man of heeft u meer informatie over deze persoon, gelieve dan contact op te nemen met de lokale politie van Gent en dit op het nummer 09 266 61 11 of neem contact op met de cel vermiste personen op het noodnummer 101.

Vrijdag 15 februari 2013, 22:45: cafe ‘t Galgenhuisje, Gent

De waard zit deels geamuseerd en deels geërgerd te kijken naar veertien gasten, die al geruime tijd in zijn kleine café zitten.

Geamuseerd, omdat de ene “Duvel” na de andere soldaat wordt gemaakt en hij nu al uitkijkt naar het tellen van de recette straks. Hij kan immers de centjes goed gebruiken, want de nieuwjaarsmaand was niet vet en het koude weer van de laatste weken hield de mensen ook van de straat en dus uit zijn café.

Geërgerd, omdat het geluidsniveau van de groep het laatste uur flink is toegenomen. Waar hij in het begin van de avond af en toe eens een woord of een halve zin kon meepikken, kan hij nu het volledige gesprek volgen. Dat geluidsniveau deed wel twee vaste gasten opstappen. Niet zo erg, want den Daniël was toch al behoorlijk in de wind en dan wordt hij lastig. Den John dronk al zes weken op de poef en die laatste zag hij dus liever eerst betalen dan bestellen.

Galgenhuisje 2Aan hun pens te zien en aan het horen van hun babbels, zagen die veertien gasten er “betalers” uit. Hij zette zijn ergernis dus opzij en begon alvast de toog wat op te poetsen. Ondertussen luisterde hij met meer dan een half oor verder naar het gesprek.

Dat die zeven mannen en zeven vrouwen leden waren van de “Gentsche Geokasjing Sosseteit”, was overduidelijk, want vier van de mannelijke leden droegen een T-shirt, waarop de naam van hun vereniging in grote, sierlijke letters te lezen stond. De inhoud van de vergadering sloeg op een activiteit, die ze vorig jaar hadden georganiseerd.

In het begin van de avond had de waard tevens bemerkt, dat een iets te corpulent lid van de groep, een rode map had bovengehaald en dat de groep punt per punt door een verslag was gelopen. Daarbij gedroeg de groep zich vaak heel serieus, maar op andere momenten schoten ze in ware lachsalvo’s. Naast de straffe verhalen, vielen ook regelmatig de woorden: “schatten”, “zoektochten” en “afgezien”.

Het onderwerp van de vergadering was het laatste uur verschoven naar de vraag of de groep dit jaar zijn exploot van vorig jaar wilde herhalen. De waard hoorde dat de groep duidelijk in twee kampen was verdeeld. Zij die onvoorwaardelijk een nieuw avontuur wilden starten en zij die toch eerder wat terughoudend waren.

Na eens van zijn Duvel te hebben genipt, nam de man met de rode map opnieuw het woord: “Allez, mensen, zeg nu ne keer waarom dat we het niet zouden doen.”

De kale man recht tegenover hem antwoordt: “‘t Was wel leuk, maar er is zoveel werk ingekropen en ik zou echt niet weten waar dat ik nog iets zou kunnen doen.”

Een ander lid, met een eerder Aalsters dan een Gents accent, roept en lacht luid: “Mij kan het niet schelen; mijn caches lopen ze toch niet.”

Nog iemand anders oppert: “Ze hebben toch geen respect voor wat we doen, want op mijn caches heeft er onlangs nog enen gelogd met een “spatie”. Dus waarom zouden we het nog wel doen. Dat is eerder de vraag.”

De man aan het hoofd van de tafel, hij zag er een beetje uit als een verstrooide professor, neemt verzoenende woorden in de mond: “Mochten we nu eerst eens nadenken over een idee, een opdracht en dan pas kijken of we iets gaan doen.”

De magerste man van de groep staat op en gaat voor de vierde keer deze avond naar buiten om een sigaretje roken. Eén van de dames van het gezelschap volgt zijn voorbeeld. De waard, zelf ook een roker, maakt van de gelegenheid gebruikt om hetzelfde te doen. Terwijl ze buiten staan, stelt hij de vraag: “Wat is Geokasjing?”

De rokende man steekt een ongelofelijk avontuurlijk verhaal af. Hij vertelt over schatten, GPS’ en, zoektochten, mooie wandelingen, lachen en plezier maken, maar vooral ook over afzien en zweten. Op dat moment herinnert de waard zich het kistje van de oude man, dat hij, nu ruim een maand geleden, had gevonden. Misschien is dat wel zo’n schat?

De waard stapt terug zijn café binnen; neemt het kistje, wandelt terug buiten en geeft het aan de rokende man. “Ik heb dit hier gevonden en ik weet niet wat het is of wat er in zit, maar ik wil er van af.”

De twee rokers nemen een laatste trek van hun sigaret en vervoegen opnieuw de bende, die blijkbaar weer is overgeschakeld op straffe verhalen. Ze plaatsen het mysterieuze, eiken kistje midden op de tafel. Al snel verhuist het kistje naar 14 paar handen.

Om beurt probeert elk van hen het kistje te openen. Zonder veel gevolg echter en na elke mislukte poging stijgt de spanning. Hoe moet het kistje nu precies open worden gemaakt en wat meer is: wat zou er in het kistje zitten?

De gebrilde dame, die naast de kale man zit, is aan de beurt. In plaats van te duwen, te wringen en te trekken aan het kistje, rammelt ze er eens goed mee. Terwijl ze dat doet, maant ze de rest van de groep aan tot stilte. “Luister, luister”, zegt ze, “Er zit een belleke in of zoiets!”

Iedereen luistert aandachtig en een grote zwartharige man, de stilste van de groep tot nu toe, grijpt in. “Kom, geef het maar aan mij. Ik neem het maandag mee naar een klant van mij en zal het eens door den X-Ray steken.”

Met deze uitspraak sluit de man zonder het eigenlijk te beseffen en te willen de avond af.

Even later maakt de groep zich op om het café te verlaten. Eén van de dames is blijkbaar de kasverantwoordelijke en ze neemt haar verantwoordelijkheid op. Ze betaalt de waard en doet er op de koop toe nog een flinke fooi bovenop. Hij denkt terwijl de laatste de deur sluit: “Wat een zotte, maar leuke bende! Wat moet dat zijn als ze niet vergaderen.”

Woensdag 20 februari 2013: Antwerpse Haven. 

Een man staart naar het scherm van zijn mobiel röntgenapparaat. In het bedrijf, waar hij inspectiewerken uitvoert, wordt dit toestel gebruikt om haarscheurtjes op te sporen in hogedrukleidingen. Tegenover het apparaat staat een klein, houten kistje.

Wanneer het toestel in werking wordt gezet, verschijnt het één en het ander op het scherm, maar de man neemt niet de tijd om het beeld nu in detail te bekijken. In plaats daarvan neemt hij een digitale foto, die hij opslaat op een meegebrachte memory stick. Hij draait het kistje een kwartslag en neemt opnieuw een foto. Terwijl hij het toestel uitschakelt, denkt hij: “Vanavond ga ik die foto’s eens grondig bekijken.”

Zondag 24 februari 2013, 11:30: ergens ten noorden van Gent.

Kistje ZWEen man en een vrouw kijken gefascineerd naar de twee geprinte foto’s die op de keukentafel liggen. De man wijst een paar keer naar iets wat lijkt op een veertje dat verbonden is met de binnenkant van het houten kistje, dat eveneens naast hen op de tafel staat. Met een potlood zet de vrouw voorzichtig kruisjes op de buitenkant van het kistje. Die kruisjes stemmen overeen met de plaatsen waar de veertjes aan de binnenkant vastzitten.

Ze is een beetje boos op haar man, omdat die eerder deze week in de fabriek, niet precies heeft aangeduid welke kant er precies naar voor stond bij het nemen van de foto’s. Bovendien zijn de veertjes niet symmetrisch vastgemaakt en staan er ondertussen al 13 kruisjes op de zijkanten van het kistje. De man zelf is ook een beetje boos op zijn vrouw. Ze heeft immers geen onderscheid gemaakt tussen de kruisjes als de ene of de andere zijkant van het kistje vooraan staat.

Vrijdag 1 maart 2013, 20:50: ergens in Melle.

Zeven mannen en drie vrouwen zitten rond de tafel. Iedereen is één en al oor voor een theorie, die wordt uitgelegd aan de hand van de twee foto’s, een uitvergrootte schets en het kistje waarop ondertussen zeven rode en zeven groene potloodkruisjes staan. In de deuropening naar de keuken bekijkt een jonge vrouw aandachtig het tafereel.

Ondertussen hebben sommige aanwezigen al geprobeerd om met twee, drie en zelfs vier vingers om op de kruisjes te duwen, maar ze krijgen geen beweging in het kistje.

Plots oppert de jonge vrouw een idee: “Mochten jullie nu eens, zoals in een mysterieus sprookje, met zeven rond het kistje gaan staan en allemaal met één vinger duwen op zo’n kruisje.”

Ten einde raad en bij gebrek aan andere ideeën voeren de mannen van het gezelschap het idee uit. Ze verplaatsen het kistje naar de salontafel en nemen plaats in de zetels en op de laag zittende stoelen. De kleinste van de bende stelt voor: “Eerst de rode kruisjes”. Er valt een stilte, maar er gebeurt niets.

“Nu de groene”, roept de man.

Er volgt een klik en ineens schiet het deksel van het kistje omhoog. Voorzichtig kijkt één van de mannen in het kistje. Zijn gezicht spreekt boekdelen … er moet iets heel interessants in het kistje zitten!

Vrijdag 1 maart 2013, 21:30: ergens in Melle.

BriefEen immense adrenalinestoot maakt zich meester van de aanwezigen.

Het is opnieuw de jonge vrouw die reageert en de groep tot enige voorzichtigheid aanmaant.

“Opgelet!”, zegt ze: “Voorzichtig.”

De man des huizes durft het toch als eerste aan om zijn hand in het kistje te steken en zonder het alsnog te beseffen, beleeft de groep een sacraal moment.

Als eerste komt een verzegelde envelop uit het kistje. Het valt iedereen op dat de envelop eerder klein is, maar toch vrij dik. Op de achterkant van de envelop straalt een robijnrode zegel, met in het midden een vergulde letter “G”, iets mysterieus uit.

Vrijdag 1 maart 2013, 21:35: ergens in Melle.
De spanning in de kamer is te snijden.

Alle ogen draaien opnieuw nieuwsgierig richting het kistje.
Het tweede item komt tevoorschijn: het is een rood kleedje.

Stomverbaasd staren de aanwezigen mekaar opnieuw aan.

Ondertussen had een groepslid bemerkt dat het deksel van het kistje heel sterk leek op een tafeltje.

Voorzichtig wordt het kleedje gedrapeerd over het tafeltje en gaat het uitpakken van het geheimzinnige kistje verder.

Achtereenvolgens verschijnen een ingebonden boekje, een zilveren dolk, een koperen kaarsenhouder, een verguld belletje, een zwart kompas, een paar kleine, rode en zwarte buideltjes, twee kleinere kistjes en een paar kaarten.

Alle voorwerpen worden heel zorgvuldig op en rond het tafeltje gelegd. Het geheel lijkt wel een ritueel schrijn.

Vrijdag 1 maart 2013, 21:45: ergens in Melle.

Kistje inhoudDe groepsleden staren elkaar met grote, vragende ogen aan. De inhoud van het kistje is blijkbaar van groot belang , maar het heeft duidelijk niets te maken met hun geliefde hobby. Wat moeten ze ermee?

Opnieuw is het de man des huizes die het initiatief neemt. Hij neemt de kleine dolk en de verzegelde envelop ter hand en met een vlotte beweging snijdt hij die bovenaan open.

Voorzichtig haalt hij er twee velletjes papier uit en vouwt die open. Vol verbazing staart hij naar een fraai handschrift en een mysterieuze tekst. Hoe hij de velletjes ook draait of keert, de tekst is niet te lezen. De lettercombinaties zien er niet uit als woorden, maar eerder als een samenraapsel van klinkers of medeklinkers.

Dit mag dan wel geen geocache zijn , maar … het mysterie neemt minstens dezelfde proporties aan.

Vrijdag 1 maart 2013, 21:55: ergens in Melle.

Ondertussen heeft een ander lid van de groep het ingebonden boekje van het tafeltje genomen en enkele bladzijden bekeken.

Het is snel duidelijk dat dit boekje ook vol staat met raadselachtige zaken.

Op één pagina staan enkel getallen, op een andere ‘n tekening, op nog ‘n andere iets dat op een plannetje lijkt. Verder zijn er ook pagina’s waarop kleurrijke anagrammen staan en pagina’s vol met teksten, die op het eerste zicht helemaal niet te lezen zijn.

Alles is met de hand getekend en geschreven en uit de verschillende vormen van dezelfde letters is duidelijk af te leiden dat er meerdere personen aan dit oude boekje hebben gewerkt.

Vrijdag 1 maart 2013, 22:30: ergens in Melle.

Iedereen is zowaar in extase en al snel worden de diverse voorwerpen van de tafel genomen. De éne neemt het belletje in zijn handen, de andere één van de zakjes en nog iemand anders opent één van de kleine kistjes. en nog iemand anders neemt het dolkje ter hand.

Er ontstaat een kakofonie van klanken. Kreten van verwondering en van verbazing overstemmen mekaar. Een aantal teamleden zijn met het ingebonden boekje rond de eettafel gaan zitten; een paar hebben zich met de mysterieuze brief teruggetrokken in de keuken.

De rest van het mannelijke gezelschap zit nog steeds aan de salontafel en één van hen neemt een klein, zwart fluwelen zakje in zijn handen.
Het weegt behoorlijk zwaar voor zo’n klein ding.
Hij opent het zakje en schudt de inhoud voorzichtig uit op het rode kleedje.
Een drietal goudkleurige steentjes glinsteren onder het licht van de lamp die boven de salontafel hangt.
De mannen staren alweer vol verbazing naar de steentjes en naar elkaar.

“Neen, dat kan niet waar zijn”, mompelt één van hen: “Het lijken wel goudklompjes.”
Iemand neemt een klompje en steek het tussen zijn tanden. Hij bijt er zowaar op en al snel volgt zijn verdict.
“Ja hoor!”, zegt hij: “Dit is wel degelijk goud.”
Opnieuw gaat er een kleine schokgolf door de groep.

Een andere man zit ondertussen nog wat te frunniken aan het zakje en plots valt er een klein stukje papier op de grond.
Het lijkt verdacht veel op een stukje perkament.
Hij raapt het op, bekijkt het en leest hardop de woorden die erop staan: “Aurum Succurro”.

“Wat? Herhaal dat nog eens!”, vraagt één van de mannen.

“‘Aurum Succurro’ …, maar dat is Latijn. ‘t Is al lang geleden, maar als ik het goed voorheb, moet het zoiets betekenen als ‘gouden hulp’.”

Vrijdag 1 maart 2013, 22:55: ergens in Melle.

De vrouwen van het gezelschap hadden ondertussen ook enkele voorwerpen meegenomen naar de eetkamer en uitgespreid op de tafel.

Nu de eerste adrenaline ook bij hen al wat is weggeëbd, worden een aantal voorwerpen wat nader bekeken.
Vooral het vergulde belletje en de kleine dolk trekken toch de aandacht.
Eén van de vrouwen neemt het belletje en schudt er eens kort mee. Een korte, maar mooie, heldere toon weerklinkt.
De anderen kijken even op, maar gaan al snel weer verder met hun eigen bezigheden.
De vrouw draait het belletje om en merkt dat er aan de binnenkant in kleine, sierlijke letters een aantal woorden staan. Wat de woorden betekenen, weet ze niet.

Een andere vrouw had haar ogen laten vallen op de kleine dolk.
Met haar duim wrijft ze over de zijkant van het steekvlak en snijdt zich net niet, zo scherp is het.
Wanneer ze de dolk echter wat meer schuin in het licht houdt, ziet ze dat op het lemmet iets in sierlijke letters staat.
Wat er staat, begrijpt ze niet, maar ze vermoedt dat het wel eens Latijn kan zijn.

Zaterdag 2 maart 2013, 02:55 ergens in Melle.

De klok tikt ondertussen verder en ook al is de spanning nog steeds aanwezig, het zandmannetje doet stilaan ook zijn werk.
Het is reeds drie uur in de nacht en één van de vrouwen is al in slaap gevallen in de zetel. Eén van de mannen zit ook meer en meer te knikkebollen en het is uiteindelijk de vrouw des huizes die iedereen aanspoort om toch maar een punt te zetten achter deze mysterieuze avond.

Iedereen gaat akkoord en één van de mannen, hij ziet er een beetje uit als een verstrooide professor, stelt voor om alles mee te nemen, want hij heeft de komende weken het meest tijd om alles nog eens rustig te bekijken. Bovendien belooft hij plechtig om alle nieuwtjes direct te melden aan het volledige team.

De avond wordt afgesloten en iedereen keert huis- en bedwaarts.
In zeven bedden in en rond Gent wordt er die nacht onrustiger geslapen dan gewoonlijk.

Vrijdag 22 maart 2013, 20:30 Nazareth, Eke.

De man zit nu al dagenlang alle voorwerpen, kaarten en teksten te bestuderen die in het kistje zitten, maar hij kan er kop noch staart aan krijgen.
De voorwerpen liggen allemaal netjes geördend op zijn bureau en daarnaast ligt ook reeds een stapel A4′tjes met allerlei notities erop.
De man is ervan overtuigd dat de brief de sleutel bevat van dit mysterie, maar hij tast nog steeds in het duister hoe hem te ontcijferen.

Plots schrikt de man op uit zijn overpeinzingen.

Een jonge vrouw staat naast hem te spelen met het zakhorloge, dat in één van de kleinere kistjes zat.
“Pa,” zegt ze. “Er klopt toch iets niet met dat kistje. Het lijkt aan de binnenkant kleiner dan aan de buitenkant.”

De man neemt snel een lat en meet grofweg de binnen- en buitenkant van het kistje en inderdaad, zijn dochter heeft gelijk.

“Maar …” stamelt de man. “Als dat zo is, dan moet dit kistje … Neen, dat kan toch niet.”

Vrijdag 22 maart 2013, 22:00 Nazareth, Eke.

De man krijgt voor de zoveelste keer een adrenalinestoot, want in het kistje steekt zowaar een dubbele bodem.

Hij is er meteen rotsvast van overtuigd dat deze nieuwe ontdekking de oplossing moet bieden voor alle doodlopende straatjes, waarin hij en de andere teamleden van de GGS verzeild waren.
“Een dubbele bodem. Het kan niet anders dat daarin iets heel belangrijks verborgen zit. Dit moet wel de sleutel zijn om het mysterie te ontrafelen,” mompelt hij.”Vraag is: hoe krijgen we die dubbele bodem open?”

De man neemt de telefoon en belt, ondanks het late uur, de handige Harry’s van het team op.

Ze spreken af om de volgende ochtend rond 9u bij één van hen thuis het kistje verder te onderzoeken.

Zaterdag 23 maart 2013, 9:20 Merelbeke.

Vier mannen zitten die zaterdagmorgen in de huiskamer van de voorzitter van de GGS rond de tafel.
Ze bekijken nogmaals de fotoprints die van het kistje gemaakt zijn door één van de leden, maar zien nog steeds geen mogelijkheid om de dubbelle bodem open te maken.

Tijdens hun gebrainstorm over hoe en wat ze precies nodig hebben om het verborgene te kunnen bemachtigen, staat de voorzitter op en stapt richting zijn tuinhuis.
Terwijl hij daar rondkijkt naar een aantal, onafgewerkte cachecontainers denkt hij: “Dat nieuwe event zal niet voor dit jaar zijn.”

Hij vindt niet meteen wat hij zoekt en wandelt terug naar zijn woning. Plots ziet hij door het venster de drie mannen, zijn vrouw en kinderen in extase vreugdesprongen maken.
Hij rent naar binnen en ziet de valse bodem in de handen van zijn zoon, terwijl zijn dochter de rest van het kistje vasthoudt.

“Wat is er gebeurd? Hoe kregen jullie het open?” roept hij.

“Ik heb het kistje gewoon omgedraaid, papa.” zegt zijn dochter.
“En ik, … ik heb dan op de bodem geklopt.” vervolgt zijn zoon.

Op de tafel liggen twee voorwerpen, die onder de valse bodem zaten: een stukje touw met witte en rode ingeknoopte houten bolletjes en iets wat heel sterk lijkt op een cryptex.

Zaterdag 23 maart 2013, 9:55 Merelbeke.

Iedereen zit met grote, verbaasde ogen te kijken naar de cryptex, die is opgebouwd uit zeven ringen en op elke ring staan nog eens alle zesentwintig letters van het alfabet.
Eentje zucht: “Verdorie, weer een raadsel. Die dingen komen toch alleen maar voor in boeken en films.”

Hij neemt de cryptex opnieuw van de tafel en begint aan enkele van de ringen te draaien.
Hij probeert een willekeurig aantal combinaties in de hoop het ding open te krijgen, maar dat lukt niet.

“Pas op!” roept de vrouw.
“Ik heb onlangs een boek gelezen en daarin kwam ook zo’n cryptex voor. Die bevatte een glazen buisje met een zuur erin. Als iemand de cryptex probeerde te openen met een foute code, dan brak het in stukken en vernietigde zo de inhoud.”

“Ja,” zegt de man. “Als dat zo is, is het nu toch al te laat.”

De man, die er uitziet als een verstrooide professor, neemt een blaadje papier en begint een aantal woorden neer te schrijven.
“Kijk,” zegt hij terwijl hij verder schrijft. “Er zijn zeven ringen, dus moet het wel om een zevenletterwoord draaien.”
De anderen knikken instemmend en iedereen begint een lijstje met mogelijke zevenletterwoorden op te maken.
Zelfs de kinderen helpen naarstig mee om woordjes te zoeken en één van hen is zelfs een paar woordenboeken gaan halen.

Ondertussen probeert de man met de cryptex de verzamelde woorden uit, maar er is echter geen beweging in het ding te krijgen.

Twee uur later legt de man de cryptex moedeloos terug op tafel. Honderden woorden heeft hij gevormd, maar nog steeds zonder resultaat.
De moed zakt bij iedereen stilaan weer in de schoenen.

Tot plots de verstrooide professor een ingeving krijgt.
“Misschien zoeken we het veel te ver.” zegt hij op gelaten toon.
Hij neemt de cryptex opnieuw van de tafel en draait de zeven ringen in de positie van zijn ingeving.
Eénmaal de laatste letter op zijn plaats staat, trekt hij voorzichtig aan de beide zijden van de cryptex.
Zachtjes schuift de binnenste cilinder uit zijn omhulsel.

Een koude rilling kruipt over de rug van alle aanwezigen.

Zaterdag 23 maart 2013, 13:05 Merelbeke.

Packshot - Boek - GeslotenDe man schuift de cilinder volledig uit zijn omhulsel en bekijkt hem uitvoerig. In de cilinder zit nog eens een kokertje met daarin een briefje. Alles ziet er intact uit en nergens is een spoor van corrosieve vloeistoffen te bespeuren.

Een zucht van opluchting gaat door de groep.
De man haalt het briefje voorzichtig uit het kokertje en leest het. Je ziet aan zijn glunderende gezicht en fonkelende ogen dat hij best tevreden is met wat er op staat.

“Dit, beste leden van de GGS, dit is waar we zo lang op gewacht hebben. Als ik het goed begrijp, bevat dit stukje papier de sleutel om die bijna eindeloze ketting van raadsels op te lossen.”

De anderen staren hem vol ongeloof aan.

“Ik denk dat ik nu weet hoe we alles moeten omzetten”, vervolgt hij op uitgelaten toon. “Het is niet zo moeilijk, maar ik vrees dat we er een dikke kluif aan zullen hebben en het heel wat tijd en werk zal vergen.”

Hij kijkt naar één van de teamleden en zegt: “Geef mij nog eens die brief en dat ingebonden boekje.”

Hij legt de brief en het papiertje in het midden van de tafel en bladert vervolgens door het boekje. Een paar ogenblikken later legt hij ook het boekje open op de tafel.

“Kijk”, zegt hij. “Dit is de tabel die we nodig hebben.”

Dik twintig minuten later zijn de eerste woorden van de tot nu toe zo mysterieuze brief omgezet: “Aan de vinder van deze brief.”

Kreten van vreugde en blijdschap weerklinken door de woonkamer. Iedereen gaat zowaar uit de bol, want ze beseffen dat het hen gelukt is om de code te kraken.

Eén van de teamleden probeert toch al heel snel om de anderen weer aan te manen tot enige voorzichtigheid.

Wanneer hij opnieuw de aandacht van iedereen heeft, zegt hij: “Het ziet er inderdaad naar uit dat we de manier gevonden hebben om deze brief te kunnen lezen, maar om zeker te zijn dat dit ook de sleutel is tot alles wat in het boekje staat, moeten we eerst ook proberen of het lukt om enkele teksten daaruit om te zetten. Bovendien hebben we er bijna twintig minuten over gedaan om de eerste zes woordjes te ontcijferen. Er zal dus nog heel wat werk aan de winkel zijn, vrees ik.”

Iedereen knikt instemmend en realiseert zich nu dat er afspraken nodig zullen zijn en dat de taken zullen moeten worden verdeeld.

“Zou de computer ons hierbij niet kunnen helpen?” oppert plots één van de leden.

“Dat is een goed idee”, antwoordt van één van de anderen.

Terwijl twee van de mannen aan de slag gaan om de eerste bladzijde van het boekje om te zetten, wordt contact opgenomen met de softwarespecialist van de GGS om hem op de hoogte te brengen van de stand van zaken en van hun probleem.

Hopelijk vindt hij een manier om het vele omzettingswerk te automatiseren.

Ondertussen is de vrouw des huizes, samen met de kinderen, vertrokken naar de supermarkt om proviand te halen.

Het zou nog wel eens een heel lang weekend kunnen worden …

Zondag 24 maart 2013, 19:55 Merelbeke.

Het overgrote deel van het GGS-team zit aan een tafel, waarop allerlei etenswaren staan. In het midden een grote mand met broodjes en daarrond enkele schalen met fijne vleeswaren. Verder staan er ook een aantal flessen geestesrijk vocht met bubbels op tafel.

Aan het hoofd van de tafel zit de ietwat te corpulente voorzitter van de groep. Hij staat op en heft zijn glas om een toost uit te brengen.

“Mensen”, begint hij op plechtige toon. “Merci voor vandaag. We zijn er uiteindelijk in geslaagd de code te kraken. Laten we, terwijl we genieten van een glas en een welverdiende maaltijd, eens overlopen wat we tot dusver al gevonden en ontdekt hebben.
” “Hoe ver staan we met de brief?” vraagt hij aan de mannen die daaraan gewerkt hebben.

Eén van de aangesproken vertelt met een gezapige, Gentse tongval dat hij en zijn compagnon reeds de eerste paragraaf hebben kunnen omzetten en dat in het stukje wordt verwezen naar deze brief en het kistje dat in hun bezit is gekomen. Veel wijzer zijn ze echter nog niet, maar ze zijn blij dat het eindelijk leesbare tekst is die ze voor de ogen krijgen.

“Hoe ver staan we met het boekje?” is de volgende vraag van de voorzitter.

“Een stukje van de eerste pagina is reeds omgezet.” antwoordt één van de leden.

“De bladzijde begint met een soort titel, die luidt: ‘Kronycke van de Orde van den Gulden Strop’.

Packshot - Boek - Eerste pagina - Kronycke“Verder ziet het er volgens ons naar uit dat deze eerste bladzijde gaat over de geschiedenis van Gent aan het midden van de jaren 1500.” vervolgt hij.

“Het omzetten is inderdaad heel arbeidsintensief.” voegt een ander GGS-lid eraan toe.

Plots gaat de bel.

Nog voor de voorzitter de deur kan openmaken, komt de aanbeller om de hoek en komt via de achterdeur de kamer binnen.

Het is de IT-specialist van de bende en hij glundert van zijn ene oor tot aan zijn ander.

Opgewonden brengt hij in sneltreinvaart verslag uit van zijn pogingen tot het automatiseren van de vertaling. Iedereen hangt aan zijn lippen en luistert vol aandacht naar wat hij allemaal te vertellen heeft.

Plots stopt de man en steekt zijn twee handen hoog in de lucht en schreeuwt: “Het is mij gelukt, mannen!”

“Er zal wel nog wat handwerk nodig zijn, maar als we ons goed organiseren, moet het ons lukken om alles binnen een afzienbare tijd rond te hebben.

”Gejuich en handengeklap klinkt door de kamer.

Zodra de laatste vreugdekreten de kamer verlaten hebben, neemt de voorzitter prompt een blad papier en noteert wie wanneer verder gaat werken aan de omzetting.

De afspraken worden bezegeld met nog een toost en de teamleden genieten die avond van een een uitgebreide en heerlijke maaltijd.

 

Zaterdag 13 april 2013, 20:55 Zingem.

Twee tieners zitten in de zetel naar de televisie te kijken, terwijl aan de tafel zes mannen en twee vrouwen gezellig zitten te keuvelen. Ze zijn aan het wachten op het laatste koppel van de GGS.

“Ze zijn toch wel heel laat deze keer”, zucht de man des huizes. “Ik ga nog snel een sigaretje roken.”

Een paar minuten later komt hij terug binnen, vergezeld van het té late duo. De man van het koppel was blijkbaar met de fiets gekomen.

“Moedig!” merkt één van de andere mannen op.

Een klein kwartiertje later dan gepland, kan de vergadering uiteindelijk van start gaan.

De voorzitter vraagt aan de ontcijferaars van de brief om die eens luidop voor te lezen.
Dat gebeurt ook prompt en iedereen luistert heel aandachtig. Hier en hier noteert iemand iets in een zwart notitieboekje, dat elk lid van de GGS voor zijn neus heeft liggen.
De voorbije weken was immers beslist dat iedereen alle mogelijke aanwijzingen in zo’n boekje zou noteren; hoe klein en onbenullig die op het eerste zicht ook mochten zijn.

Na het voorlezen van de ontcijferde brief neemt de voorzitter opnieuw het woord. “Bedankt! Zijn er zaken die zijn opgevallen?”

De kale man rechts van hem antwoordt in zijn onnavolgbaar plat Gents: “Nieje en dak nog altij nie kan geluve da da bakske just in ons handen es gevallen.”
De anderen lachen om de manier waarop de man het omschrijft, want allemaal zitten ze ergens met diezelfde vraag.

“Hoe staat het met het boekje?” vraagt de voorzitter aan enkele andere leden.

“Wij zijn zowat op de helft”, antwoordt één van de vrouwen. “Wat ons is opgevallen, is dat sommige stukjes tekst vrij makkelijk te ontcijferen waren, maar dat het begrijpen ervan dan weer wat lastig was, omdat ze geschreven zijn in het Middelnederlands. Als we het juist kunnen inschatten, moeten we hieruit concluderen dat dit boekje minstens 400 jaar oud is.”
“Bovendien”, vervolgt ze. “We krijgen kop noch staart aan de bladzijden die vol staan met tekeningen, cijfers en anagrammen. Dit blijven één voor één echte raadsels.” “We denken dat we nog minstens één maand zullen nodig hebben voor het omzetten van de resterende teksten en voor de raadsels … tja, we weten niet eens of we er ooit zullen in slagen om die te ontrafelen.

”Met een meer dan gelaten toon beëindigt de vrouw haar verhaal. De groep zit er weer wat verweesd bij.
De euforie van een aantal weken terug is opnieuw getemperd tot realisme en uit de houding van een aantal GGS-leden is zelfs opnieuw enige vorm van frustratie af te lezen.

Zaterdag 13 april 2013, 21:30 Zingem.

Er heerst een ijzige stilte in de woonkamer.
Niemand heeft zin om nog iets te zeggen.

Het is opnieuw de voorzitter die het stilzwijgen doorbreekt en zich tot de groep richt.

“Komaan, mannen!”
“Laten we de moed niet verliezen! Ik weet zeker dat we iets cruciaal over het hoofd zien.”
“Lees eens de tekst voor die op de eerste bladzijde van het boekje staat.”

Packshot - Boek Pagina 1 - BloedeedEén van de mannen neemt een A4-blad uit zijn map en neemt het woord. “We hebben tijdens het ontcijferen de Middelnederlandse tekst meteen hertaald naar het algemeen Nederlands.”

“Weet dat we niet altijd even zeker zijn van wat de precieze inhoud of betekenis is van sommige woorden en zinnen die destijds gebruikt werden.”

16 april 1540

Het zijn hele trieste en donkere tijden voor het fiere Gent, en voor onze families.

Nog geen maand geleden zijn verschillende van onze broers, zonen en vaders terechtgesteld, nadat Keizer Karel daartoe bevel gegeven had op 17 februari. Wie hen bij Karel verklikt heeft, weten we niet. Maar hij beschouwt onze dierbaren blijkbaar als de leiders van het Gentse verzet tegen zijn zoveelste oorlogsbelasting. Drie jaar weigert Gent nu al om die taksen te betalen, en na de gewapende opstand tegen het gezag van zijn zuster, landvoogdes Maria van Hongarije, heeft de keizer nu beslist om zelf orde op zaken te komen stellen in Gent.

Sinds hij op 14 februari met een leger van meer dan 5000 Spaanse soldaten Gent is binnengetrokken, is iedereen doodsbang. Niemand vertrouwt nog zijn vrienden, geburen of kennissen, en zeker niet meer na de terechtstelling van onze familieleden. Iedereen beseft dat de keizer bloedig wraak wil nemen voor de Gentse opstand, en dat er misschien nog wel meer slachtoffers zullen vallen.

Maar wij hebben mekaar ondertussen gevonden in ons verdriet, en wij zullen niet rusten vooraleer wij onze terechtgestelde familieleden en andere toekomstige slachtoffers van Keizer Karel, gewroken hebben! Hoe we dit zullen doen weten we nog niet, maar we hebben tijd genoeg om plannen te maken en uit te voeren. Volgens de geruchten zal Keizer Karel nog vele weken in Gent verblijven, terwijl hij en zijn vazallen nadenken over de straf die ze aan de stad zullen opleggen.

Vanavond zijn we, na de gebedswake voor onze dierbaren, samengekomen en hebben we besloten om een geheim genootschap op te richten, met als doel om onze wraak op Keizer Karel te voltrekken.

Wij zweren hierbij dan ook plechtig met ons bloed dat wij alle slachtoffers van Karel zullen wreken, en dat hij het zich nog lang zal heugen. Wij zullen samen overwinnen, of samen ten onder gaan in onze strijd tegen Keizer Karel!

Cornelius Bauwens, Willem Borluut, Godfried de Mey, Hendrik Gheeraerts, Goderik van Aerde, Oswald van den Bossche, Rupert van Doorne

De groep begrijpt nu plots wel de betekenis van het middeleeuws dolkje dat in het kistje verborgen zat.

Ongeveer om middernacht gaan de meesten van de groep naar huis en naar bed.

Vrijdag 10 mei 2013, 22:43 Gent.

De GGS heeft de voorbije weken elke dag, via hun interne kanalen, overleg gepleegd over de stand van zaken.
Voor het eerst sinds midden april zitten ze allemaal weer samen rond de tafel; niet alleen de leden van de GGS zelf, maar ook hun kinderen en zelfs een paar vriendjes en vriendinnetjes zijn meegekomen naar deze vergadering.

De vergadering is reeds twee uur aan de gang.

Ontcijferde pagina’s worden luidop voorgelezen en hier en daar wordt meer uitleg gegeven over nieuwe raadsels en andere mysteries die in de teksten opduiken.
Sommige van die raadsels zijn ondertussen volledig opgelost, anderen nog maar voor een deel en er zijn er zelfs nog een aantal waarvan niemand echt weet hoe eraan te beginnen.
Een aantal leden opperen zelfs, dat eerst deze raadsels zullen moeten worden opgelost, om de ontcijferde tekst precies te kunnen begrijpen.

Ondertussen hebben ze ook ontdekt, dat niet altijd alles in het boekje staat, maar dat er ook aanwijzingen moeten te vinden zijn in Gent zelf en misschien zelfs in de dorpen rondom Gent.

“Die ‘Orde’ heeft zijn geheimen wel goed verspreid en beschermd”, mompelt één van de leden. “Divide et impera is hier meer dan op zijn plaats.”

Na nog eens meer dan een uur te hebben besteed aan de ontcijferde teksten, is het opnieuw de voorzitter die het woord neemt.

“Beste mensen van de GGS. Ik denk dat iedereen het er stilaan over eens is dat we moeten toegeven, dat ondanks onze vele inspanningen, we eigenlijk nog nergens staan.”
“Wordt het niet stilaan tijd dat we eens ernstig gaan nadenken over een mogelijks alternatief?”

Iedereen, behalve twee leden, kijkt de voorzitter met vragende ogen aan.

“Welk alternatief?” vraagt één van hen.
“Wel”, antwoordt de voorzitter. “Na de vergadering in april zijn we met drie van ons nog tot diep in de nacht blijven napraten.”

“Op een bepaald moment is er toen iets uit de bus gekomen, dat ik graag nu met jullie zou willen bespreken.”

De voorzitter vertelt de groep over het voorstel om ook andere ervaren schattenzoekers, zijnde de rest van de geocachegemeenschap, bij hun zoektocht te betrekken.

“Ik heb geen flauw idee hoeveel geocachers er zullen zijn die ons hierbij willen helpen en ook niet hoeveel tijd ze er willen insteken, maar wat ik wel weet, is dat, als we met ons zeven teams zo blijven aanmodderen, we over drie jaar nog niet klaar zullen zijn.”
“Wat denken jullie van dit voorstel?” vraagt de voorzitter.

“Allemaal goed en wel”, merkt één van de leden op. “Maar hoe gaan we hen hierbij betrekken?”

“Ik stel voor dat we snel een klein event organiseren, waarop we hen uitleggen wat we de afgelopen maanden hebben ontdekt en dan vragen wie ons wil helpen.” is het antwoord van de voorzitter.

Iedereen aan tafel gaat akkoord en er worden concrete afspraken gemaakt om het event te organiseren.

Vrijdag 14 juni, 21:00 Merelbeke

De GGS zit weer eens allemaal samen aan tafel. De eerste kaarten die uit het kistje kwamen zijn ondertussen wereldkundig gemaakt en de bijhorende schatlocaties zijn door enkele cache collega’s reeds gevonden.

Van de eerste vinder van “De schat van Geeraard de Duivel” konden we vernemen dat hij slechts een klein deel van de goudschat heeft gevonden. Hij was eerst euforisch, maar toen we hem vertelden over hoeveel goud het juist zou moeten gaan, veranderde de euforie snel in gewone blijdschap.

Het overgrote deel van de goudschat is blijkbaar al eeuwen geleden uit zijn schuilplaats verwijderd. Enkel nog 1 fraaie gouden munt en een korte boodschap van de originele vinders was achter gebleven in de schatkist.

Ondertussen is deze boodschap ook reeds ontcijferd en zo is het team te weten gekomen dat het goud van Geeraard in handen is gekomen van de voorvaderen van wat in 1540 uiteidelijk de “Orde van de Gulden Strop” zal worden.

De voorzitter nipt zoals gewoonlijk even van zijn Duvel voor hij het woord neemt.

“En mensen, waar staan we met het vertaalwerk?” vraagt hij aan de verzamelde bende.

Het is de IT sepecialist van het team die het woord neemt.

“Dat het op mijn zenuws werkt al die mysteries” gromt hij. “Telkens als we een tekst hebben vertaald is er wel weer iets anders dat ons tegenhoudt om hem vlot te lezen. En ’t ergste van al is, voor die nieuwe raadsels kan ik mijn IT kennis weinig tot niet gebruiken.”

De man die er wat uitziet als de verstrooide professor neemt nu het woord.

“Als de teksten vertaald zijn en het ziet er uit als leesbare tekst dan worden we geconfronteerd met oud Diets en daartussen staan dan telkens nog stukken Latijn. En als het geen leesbare tekst is dan is er vaak kop noch staart aan vast te knopen.

“Kijk dit is zo’n stukje tekst dat we wel hebben kunnen vertalen” zegt hij. “Het is het vervolg op de kroniek van de geschiedenis van de “Orde van de Gulden Strop”. Hij neemt een flinke hap adem en begint voor te lezen.

boek

24 april 1540

Er is nog steeds geen nieuws vanuit het Prinsenhof waar Keizer Karel verblijft. Iedereen in de stad wacht verder de gebeurtenissen af, terwijl de spaanse soldaten ondertussen de stad in een ijzeren greep houden.

Wij zijn vanavond weer bijeengekomen om tussen pot en pint over onze plannen te praten. Verschillende mogelijkheden zijn besproken, waaronder een aanslag op Keizer Karel of een van zijn geliefden, of een ontvoering. Dat zou echter te veel in onze richting wijzen, omdat het al te duidelijk een directe vergelding zou zijn voor de terechtstelling van onze familieleden. We willen een ander soort wraakactie uitvoeren, en hebben besloten om daarvoor te wachten tot Karel de straf voor Gent bekendmaakt. Dat gaat ons misschien een beter idee opleveren.

We hebben vanavond wel beslist om onze plannen en informatie rond ons genootschap bij te houden in een kroniek, die in een geheime code zal opgesteld worden, zodat die niet tegen ons gebruikt kan worden als die in verkeerde handen zou vallen. Ikzelve, Rupert van Doorne, ben als een van de Gentse stadsarchivarissen goed geplaatst om dit te doen, en vanavond ben ik dan ook verkozen tot kroniekschrijver van ons genootschap. Het is een eer om dit te mogen doen, en vandaag ben ik dan ook reeds begonnen met het noteren van ons verhaal.

30 april 1540

De verordening van de keizer is bekendgemaakt in de stad! De Karolijnse Concessie noemt hij het.

Volgens de keizer is Gent schuldig aan trouweloosheid, muiterij, verdragbreuk en majesteitsschennis. En de stad zal daar voor boeten. Ze verliest al haar vrijheden en privileges, de stadscharters moeten worden ingeleverd, en alle goederen van de stad zullen in beslag worden genomen. Daar bovenop moet de stad ook nog een grote boete betalen. Karel geraakt op die manier dan toch nog aan zijn oorlogsgeld.

Bovendien moeten de meeste stadversterkingen en stadspoorten verdwijnen, en buiten de stadswallen zal onze prachtige Sint-Baafsabdij worden afgebroken. Op die plaats zal een nieuwe burcht gebouwd worden, waar er voortdurend een spaans leger zal verblijven, om de stad in bedwang te houden.

Binnen een paar dagen moeten alle Gentse notabelen – schepenen, poorters en dekens van de ambachten – en een groep creesers, op straffe van de dood, ook nog eens in tabbaard bij de keizer voor hun leven gaan smeken in het Prinsenhof. Alsof het niet genoeg is dat hij onze dierbaren al onthoofd heeft!

Maar door al die verordeningen weten wij nu ook hoe we Karel kunnen raken!! Het is Karel niet alleen om zijn eer te doen, maar ook om het geld, dat hij nodig heeft om zijn voortdurende oorlog tegen de Franse koning te betalen! We zullen hem dan ook treffen waar het hem het zeerst doet, in zijn eer en vooral in zijn beurs!

Deze week nog moet ons aller ‘Klokke Roeland’ uit het Belfort gehaald worden, en de grote gouden klepel zal worden omgesmeed tot gulden stroppen. Die wil de keizer overal in zijn keizerrijk tentoonstellen, om iedereen er aan te herinneren wat er zal gebeuren met steden die het gezag van de keizer tarten.

Welnu, die gulden stroppen worden de onze!!! Een grotere vernedering zal hij nooit in zijn leven gekend hebben!

02 mei 1540

De gulden stroppen worden ons bijna in de schoot geworpen. De keizer en zijn vazallen zijn zo stom geweest om de kist waarin de stroppen vervoerd zullen worden, aan te kopen bij de slotenmakerij van Goderik. Die is nu al bezig om zo een tweede kist te maken, die we dan kunnen omwisselen met de echte.

06 mei 1540

De valse kist is af, en vanavond hebben we verschillende plannen besproken om ze om te wisselen met de echte kist met de gulden stroppen.

Als een van de stadsarchivarissen moet ook ik toezicht houden op het omsmelten van de klepel van Klokke Roeland. Onze edelsmeden hebben me verteld dat die bijna 100 Gentse ponden weegt (98 pond en 8 ons om precies te zijn). Het omsmelten verloopt traag, en dat zal de keizer nog wel enkele dagen in Gent houden. Wij hebben ondertussen tijd om 100 pond stenen te verzamelen.

Ik heb ondertussen ook een afdruk kunnen maken van het keizerlijke zegel, dat we nodig hebben om de valse kist met stenen te kunnen verzegelen. Hendrik werkt nu in het geheim in zijn smederij om ook daar een kopie van te maken.

12 mei 1540

Alles is klaar om onze slag te slaan. We moeten nu enkel nog afwachten tot het keizerlijk gevolg de stad verlaat, en dan slaan we toe. Het uur der wraak is bijna aangebroken.


“OK, dat weten we dan ook weer.” zucht de voorzitter. “Hebben we al een zicht hoeveel collega’s ons willen helpen op de grote zoekdag die we in September willen organiseren?”

Tussen twee mannen, een kale en een breed lachende, zit een wat kleinere vrouw met een stapeltje papieren voor haar op tafel. Zij neemt het woord. “We verwachten al een zo’n 92 teams, d’er zijn er wel nog een pak die aan het twijfelen zijn denk ik.”

De kale man naast haar neemt over. “Moar da es veel te weinig. Ik en mijn mijnen compagnon iere en ne keer geteld en d’er zijn zekers 140 lokases die moete onderzocht worde.” “Enne wemme nog ne kier geteld. Ieveranst vrie vanachter in’t boekske stoat er, allez da pijzeme toch, dadet goud in 11 stukken es verdeeld. 10 kleinere stukke en 1 gruut stuk”

12 september 1540, Gent, iets na tienen.

Voor het eerst in maanden wordt er weer min of meer rustig geslapen in zeven huizen in Gent. De Gulden Stroppen zijn verdeeld over de zeven families die gezworen hebben ze voor de rest van hun leven te beschermen met hart en ziel. Deze families hebben ook gezworen dat ze dit geheim en deze opdracht zullen overdragen aan hun nazaten. Om dit geheim voor eeuwig te beschermen zijn er zeer strenge regels opgelegd. De regels van de Orde van de Gulden Strop bepalen wie en wanneer van dit geheim op de hoogte mag zijn. Er komen ook zware toegangsproeven aan te pas.

Ook ten huize van Doorne is de rust teruggekeerd. Vader van Doorne heeft ook de taak van geschiedschrijver en notulist voor de orde op zich genomen. Hij heeft net de toetredingsregels genoteerd in code in de Kronycke van de Orde. Hij maakt nog een laatste gecodeerde aantekening en sluit het mooie in leer gebonden boek met een zucht. Hij wikkelt het boek in een rode brokanten doek en legt het voorzichtig in een mooi eikenhouten kistje. Het kistje lijkt gloednieuw. Hij zucht even en blaast de kaars uit die op zijn schijftafeltje staat.

12 september 2013, Gent, middernacht.

Nog iets meer dan vierentwintig uur en de Gentsche Geokasjing Sosseteit krijgt hulp om voor eens en altijd de verloren gegane gulden stroppen te zoeken en hopelijk ook te vinden.

De iets te corpulente voorzitter zit nog even aan de telefoon met de verstrooide professor van de club. Hij had net alle leden van de club net even gebeld met de vraag of er nog spanders waren, want …. Ze hebben samen met de andere leden van de GGS de voorbij maanden meer uren achter een computer scherm doorgebracht dan menig IT’er, ze hebben meer uren in bibliotheken gehangen dan menig doctoraatstudent, ze zijn meer met oude en zelfs uitgestorven talen aan de slag geweest dan Indiana Jones en Daniel Jackson samen en ze kennen de geschiedenis van Gent beter dan de volledige Gentse gemeenteraad samen en toch hoor je enige twijfel in hun gesprek. Hebben ze wel genoeg vertaald, zijn ze er wel klaar voor, zal het wel goed aflopen.

En plots hoort de voorzitter zijn compagnon en vriend zeggen: Alea iacta est, het is wat het is … Het is wachten tot zaterdag avond maat en dan zien we wel hoe het afloopt, maar iets in mij zegt dat het wel goed zal lopen.

Merci maat, zegt de voorzitter en slaapwel!

Ik hoop dat de anderen ook goed slapen bedenkt hij. Hij zet zijn computer uit en nipt het laatste druppeltje whisky uit z’n glas en dan kruipt hij in zijn bed.

Nadenkend over wat de volgende 48 uur te gebeuren staat, valt hij in een onrustige slaap.

14 september 2014:

Deze oude teksten hielpen 8 teams om op zoek te gaan naar de Gulden Strop

15 mei 1540

Ik ben te weten gekomen dat de buit van Keizer Karel, waaronder de gulden stroppen, morgen vanuit Gent zal weggebracht worden, onder begeleiding van een grote groep Spaanse soldaten. En ik ken nu ook de reisweg die gevolgd zal worden: via Oudenaarde, Kortrijk en Ieper gaat alles naar Duinkerken, om van daaruit naar Spanje verscheept te worden. We zullen de stroppen dus moeten proberen buit te maken in Oudenaarde, of desnoods in Kortrijk.

17 mei 1540

Het is gelukt, de gulden stroppen zijn van ons! Onze terechtgestelde familieleden zijn eindelijk gewroken!

We hebben de verzegelde kist waarin de gulden stroppen vervoerd werden, bij de eerste overnachting van het transport in Oudenaarde, omgewisseld voor onze kist met stenen. En het ging allemaal nog veel gemakkelijker dan we verwacht hadden. De wachters die het transport bewaakten waren rond middernacht al stomdronken. Zelfs na hun verblijf van 3 maanden in Gent kunnen ze nog altijd niet tegen ons bier! We kunnen nu alleen maar hopen dat niemand de komende dagen ons bedrog zal opmerken.

We zijn helaas wel een deel van de buit verloren. Om de gouden stroppen naar Gent te brengen hebben we de inhoud van de grote kist verdeeld over een aantal kleine kisten, en de grote kist zelf in de Schelde gegooid. Onderweg zijn we blijkbaar een van die kleine kisten kwijtgeraakt, waarschijnlijk ergens in de moerassen tussen Oudenaarde en Gent. We gaan binnenkort proberen om die kist terug te vinden, maar voorlopig laten we ons maar beter niet zien in die streek.

Gelukkig verliep de rest van de terugreis voorspoedig. We zijn dan ook heel omzichtig terug naar Gent gereisd, om de controles van de Spanjaarden te ontlopen, en daarom waren we pas rond het gloren van de dag terug thuis. Maar het voornaamste is dat we hier nu de gulden stroppen in huis hebben. Die moeten zo snel mogelijk de stad weer uit, want de wraak van Karel zal niet mals zijn als hij binnenkort ontdekt wat er in zijn kist zit. Gelukkig kennen we genoeg plaatsen in de streek waar we onze buit kunnen verstoppen.

18 mei 1540

Na een lange nachtrust zijn we vanavond weer samengekomen om onze verdere plannen te bespreken. We gaan in de loop van de komende dagen proberen om het deel van de buit dat we verloren zijn, terug te vinden. Daarvoor gaan we een zoektocht doen langsheen de weg die we van Oudenaarde tot Gent gevolgd hebben. En we moeten ook zo snel mogelijk de buit ergens veilig buiten Gent verstoppen. We hebben daarom nu elk een deel van de gulden stroppen thuis liggen, om ze naar geheime en veilige plaatsen te brengen. En om te vermijden dat de hele buit terug in handen van Keizer Karel zou komen als één van ons opgepakt zou worden, hebben we ook afgesproken dat we elkaars verstopplaatsen niet zullen kennen.

Ondertussen hebben we ook een naam gevonden voor ons genootschap. We zullen vanaf nu De Orde van de Gulden Strop heten, en we stellen ons tot doel om de gulden stroppen die we op Keizer Karel heroverd hebben, voor altijd te beschermen, en om de keizer verder tegen te werken waar en wanneer we maar kunnen. We zullen in de komende maanden de regels en bepalingen voor onze Orde uitwerken, zodat die voor iedereen duidelijk zijn, en zodat we ook een goede opvolging naar de toekomst toe kunnen verzekeren.

We zijn er ondertussen ook meer en meer van overtuigd dat onze terechtgestelde familieleden indertijd verraden werden bij Keizer Karel. Die verrader of verraders vinden en straffen zal ook een doel van onze Orde worden!

22 mei 1540

Willem, Godfried en Oswald zijn terug van een tocht naar Oudenaarde. Ze hebben geprobeerd om de kist met stroppen die we vorige week verloren zijn, terug te vinden. Zonder succes helaas! Misschien is de kist al door iemand gevonden, ofwel is die weggezakt in het moeras waar we ze waarschijnlijk verloren hebben. Die stroppen zijn wellicht dus definitief verloren.

28 juli 1540

Sinds een paar dagen lopen er opvallend veel Spanjaarden en ander keizerlijk gespuis rond in Gent, en ze zijn nog hardvochtiger dan anders tegenover de burgers. Er worden ook overal huiszoekingen gedaan in de stad, en iedereen die de stad in of uit wil wordt grondig onderzocht. Niemand weet wat er aan de hand is, en wie of wat ze eigenlijk zoeken.

Maar wij hebben wel een vermoeden! Zou het kunnen dat de keizer nog niet zo lang geleden een hoop stenen ontdekt heeft in zijn kist in Spanje? We hopen dat ze nog lang op zijn maag zullen liggen!

Wij zijn er ondertussen gerust in: de gulden stroppen zijn nu al lang de stad uit en zitten verborgen op veilige plaatsen rond Gent. Laat ze maar zoeken zoveel ze willen!

30 juli 1540

Het is ons duidelijk geworden dat de huiszoekingen die overal in de stad gebeuren, heel doelgericht gepland zijn. Alle families van de 17 terechtgestelde Gentenaars waren als eersten aan de beurt, maar de Spanjaarden zijn daar overal moeten afdruipen zonder iets te vinden. De rest van de stad wordt nu ook huis na huis doorzocht, en ze gaan grondig te werk.

Dat onze families geviseerd werden is geen toeval. Maar het kan er ook op wijzen dat degene die onze dierbaren verraden heeft, de keizer nog altijd helpt. Een reden te meer voor ons om dat op te volgen, eens de Spanjaarden weer uit de stad zullen verdwenen zijn.

07 augustus 1540

We hebben van rondreizende kooplui gehoord dat er ook huiszoekingen gebeuren in Oudenaarde, Kortrijk, Ieper en Duinkerken, en dat er daar ook keizerlijke spionnen zouden ronddolen.

Niemand begrijpt waarom dat alleen daar gebeurt, en niet in Mechelen, Brugge, Aalst, Brussel of andere steden in het graafschap. Voor ons is het echter duidelijk: dat zijn niet toevallig de steden waarlangs de gulden stroppen zouden passeren op weg naar Duinkerken.

We weten nu zeker dat de verdwijning van de gulden stroppen ontdekt is en dat Karel zijn schat wil terugvinden. We hebben vanavond dan ook een klein feestje gehouden in de gelagzaal bij Oswald, om onze overwinning te vieren. Het eten was weldadig en de drank vloeide rijkelijk, en het heeft dan ook deugd gedaan na al de spanning en het verdriet van de voorbije maanden.

12 augustus 1540

De Spaanse soldaten en spionnen blijven alomtegenwoordig in Gent, zonder dat iemand weet wat ze hier eigenlijk doen. Er doen ondertussen al vele geruchten de ronde, het ene al grotesker dan het andere. Laat ze maar bezig, de keizer komt er hoe langer hoe dwazer uit. Ons verbaast het ook niet dat de waarheid rond de verdwijning van de gulden stroppen niet bekend gemaakt wordt, het zou nogal een gezichtsverlies zijn voor de keizer!

Het wordt ondertussen wel gevaarlijk om nog samen gezien te worden. We hebben daarom besloten om een tijdje niet meer samen te komen, tot de rust is weergekeerd.

14 september 1540

De meeste Spanjaarden schijnen nu terug uit Gent en uit de rest van het graafschap Vlaanderen verdwenen te zijn. We blijven evenwel voorzichtig, want er schijnen nog altijd spionnen van Keizer Karel in de streek te zijn.

Vanavond zijn we voor het eerst in weken ook weer samengekomen. Nieuwe plannen zijn daar niet uitgekomen, maar ik heb ondertussen wel alle informatie kunnen verzamelen die we nog hadden over het goud van de gulden stroppen. Om dat alles voor ons nageslacht te bewaren, zal ik hierna de geschiedenis van het goud van de gulden stroppen beschrijven, en wat er tot nu toe mee gebeurd is.

DE GESCHIEDENIS VAN HET GOUD VAN DE GULDEN STROPPEN

De oorsprong van het goud van onze gulden stroppen is niet meer met zekerheid te achterhalen, maar uit alle verhalen die we kennen en documenten die we in ons bezit hebben, moet blijken dat die goudschat nog door Geeraard de Duivel zelf zou vergaard zijn. Alles wat we hierover nu weten, komt van familieverhalen die van generatie op generatie doorverteld geweest zijn, en meer bepaald binnen de families van Willem (Borluut), Cornelius (Bauwens) en mijzelf (van Doorne). Het zijn onze betovergrootouders en overgrootouders die hetgeen volgt allemaal zelf meegemaakt hebben en bewaard hebben voor hun nakomelingen.

Het verhaal begint dus bij Geeraard de Duivel. Geeraard was de zoon van Zeger III, de burggraaf van Gent tijdens het bewind van de Gravin van Vlaanderen Johanna I en haar regent Filips I van Namen. Toen zijn vader stierf, erfde Geeraard het Steen in Gent en talrijke andere gronden en bezittingen in Vlaanderen, en hij bleef dan ook een van de belangrijke notabelen van de stad. Ondanks zijn liederlijke leven, waarover sindsdien vele wilde verhalen de ronde doen, slaagde hij er in om verder fortuin te vergaren. Op het einde van zijn leven wou hij dat evenwel niet met zijn familie delen. Volgens de legende verborg hij daarom een grote goudschat op een van de talrijke landerijen die hij rond Gent bezat, en nam de kennis over de vindplaats ervan mee in zijn graf, toen hij in 1270 overleed.

Velen hebben sindsdien geprobeerd om die goudschat terug te vinden en velen hebben die zoektocht ook met hun leven bekocht, maar het goud bleef onvindbaar. Met het verstrijken der jaren begonnen daarom meer en meer mensen te twijfelen aan de echtheid van het verhaal over de schat van Geeraard de Duivel. Het leven van Geeraard en de goudschat werden onderwerp van volksverhalen en legenden, en na verloop van tijd kon niemand nog de werkelijkheid van de fantasie onderscheiden. Omdat ook niemand nog zijn leven wou riskeren om een schat te proberen vinden die wellicht toch niet bestond, verdween uiteindelijk zelfs de interesse in het goud.

Tot ergens in het begin van 1415, toen Pieter Borluut (de betovergrootvader van Willem) eigenaar werd van het Steen van Geeraard de Duivel. Nadat het bijna een eeuw door de nazaten van Geeraard verwaarloosd was, moesten er in het gebouw vele veranderingen gedaan worden, om het terug bewoonbaar te maken. Tijdens werken in de crypte van het Steen vond Pieter Borluut in een verborgen ruimte achter een muur twee perkamenten uit 1269, van de hand van Geeraard de Duivel zelf. Op beide perkamenten was telkens een kaart getekend en stonden ook enkele vage en cryptische teksten. Het werd Pieter Borluut en zijn familie al snel duidelijk dat deze perkamenten wel eens de sleutel tot het vinden van de legendarische goudschat van Geeraard de Duivel konden zijn, en dus werd hun bestaan geheim gehouden en werden ze zorgvuldig onderzocht.

Vele dagen en weken verstreken, maar niemand van de voorouders van Willem slaagde erin om de boodschappen op de perkamenten te ontcijferen. Daarom besloot Pieter Borluut uiteindelijk om aan een paar van zijn vrienden hulp te vragen, en op die manier raakten ook de betovergrootvaders van mezelf en van Cornelius bij de zoektocht naar de goudschat van Geeraard betrokken.

Na vele dagen samen zoeken en beraadslagen kon uiteindelijk het eerste perkament ontcijferd worden, en begrepen onze voorouders dat de kaart op het perkament het vroegere woonhuis van Geeraard de Duivel, het Steen, voorstelt. Snel daarna werden er dan rond het Steen een paar aanwijzingen gevonden, waaruit een soort afstandsmaat gehaald kon worden die door Geeraard de Duivel gebruikt was, en die hij een vadem noemde. De lengte van de vadem die onze voorouders kenden bleek echter nogal te verschillen van die die door Geeraard gebruikt werd. Om te beletten dat die belangrijke kennis verloren zou gaan als de aanwijzingen rond het Steen ooit zouden verdwijnen, hebben onze voorouders daarom die afstandsmaat van Geeraard de Duivel nagemaakt, onder de vorm van een koord met houten parels. Die koord met parels is vandaag nog steeds in ons bezit, en uit de verhalen van onze families weten we dat slechts de afstand tussen de uiterste parels op het koord van belang is, aangezien die aangeeft wat een “Geeraard de Duivel”-vadem is. De andere parels op het koord werden blijkbaar enkel gebruikt als dwaalspoor, voor het geval het koord ooit in verkeerde handen zou vallen.

Hiermee kon de schat echter nog steeds niet gevonden worden. Slechts na lang zoeken begrepen onze voorouders tenslotte dat de aanwijzingen aan het Steen van Geeraard de Duivel blijkbaar ook de sleutel en de uitleg bevatten om het tweede perkament te kunnen begrijpen, en zo de zoektocht naar de goudschat te kunnen beginnen. Belangrijk daarvoor was ook de kennis over de juiste lengte van de vadem zoals Geeraard de Duivel die gebruikt had, omdat enkel op die manier de verschillende sporen terug te vinden waren die Geeraard in de moerassen tussen Oudenaarde en Gent achtergelaten had. Slechts door geduldig alle informatie op de perkamenten te bestuderen, en na vele berekeningen en een lange en gevaarlijke zoektocht, konden onze voorouders uiteindelijk op een volgens de verhalen mooie herfstavond in 1415 de lang verloren gewaande goudschat van Geeraard de Duivel terugvinden, ergens in een moerassig gebied in de buurt van de Schelde.

De verhalen over die heroïsche zoektocht en de uiteindelijke vondst van de schat blijken in onze families telkens een ietwat ander verloop te kennen, het ene al wat fantastischer dan het andere. Aanvallen van gevaarlijke bloedzuigende monsters, wouden van mensetende planten, wegzakken in zompige moerassen en ontmoetingen met moerasduivels en skeletten van vroegere gelukzoekers die hun zoektocht niet overleefd hadden, vulden de verhalen die we als kind te horen kregen. Na vele generaties zijn die verhalen misschien wel wat aangedikt, en daarom willen we U de details daarvan ook graag besparen. Wat wel zeker is, is dat onze betovergrootouders er van overtuigd waren dat ze niet de volledige schat gevonden hadden, en dat er dus nog altijd een deel van de schat te vinden zou moeten zijn, daar ergens tussen Gent en Oudenaarde. En bovendien werd er ook door onze families beslist dat niemand zich de schat of een deel ervan zou mogen toeëigenen voor persoonlijke verrijking, maar dat het goud moest gebruikt worden ten voordele van de stad Gent.

Onze voorouders beslisten daarom in overleg om vooreerst een groots retabel te laten schilderen, om de devotie en de dankbaarheid van onze families en de bevolking van de stad Gent jegens God weer te geven. Via de dochter van Pieter Borluut, Lysbette Borluut, en haar man, Judocus Vydt, werd aan Hubert van Eyck en later aan Jan van Eyck, opdracht gegeven om het grootste schilderij ter wereld met een christelijk thema te maken. Dit schilderij is nu vandaag gekend als het retabel van de Aanbidding van het Lam Gods, en het is sinds de inwijding ervan in 1432 te bewonderen in onze Sint-Janskerk. Nu nog brengt iedereen die in Gent verblijft een bezoek aan de kerk om in eerbiedige bewondering dit meesterwerk te aanschouwen.

Nadat het retabel was afgewerkt, werd een ander deel van de goudschat van Geeraard de Duivel gebruikt om een gouden klepel te maken voor Klokke Roeland in het Belfort. Om de macht en de rijkdom van Gent aan iedereen te tonen, werd de oorspronkelijke klepel daarom in 1433 vervangen door een gouden klepel van 103 en een half Gentse ponden. Iedereen kon daarmee zien dat Gent een van de meest welvarende en belangrijke plaatsen in het Graafschap Vlaanderen en in de hele wereld is. Schrik voor diefstal van die gouden klepel is er nooit geweest, omdat het Belfort toch steeds door gewapende wachten bemand wordt, om bij naderend onheil de stad te kunnen waarschuwen met de hulp van Klokke Roeland. Het is dus die gouden klepel die Keizer Karel zich uiteindelijk wou toeëigenen, en die hij heeft laten omsmelten tot de gulden stroppen die wij nu hebben buitgemaakt. Uit de hele geschiedenis van het goud blijkt meer dan voldoende dat Karel er geen enkel recht op kan laten gelden. Het behoort niet hem toe, maar enkel en alleen de stad Gent en haar bevolking, zoals onze voorouders het gewild hebben!

Over de rest van het verhaal van het goud kunnen we kort zijn. Wat er met het laatste deel van de goudschat van Geeraard de Duivel gebeurd is (en hoe groot dat deel is) weten we niet. Onze voorouders hebben daar nooit veel over verteld, en we vermoeden dat er daarover dus nog wel een paar geheimen te ondekken zijn! Onze voorouders hebben ons wel de perkamenten van Geeraard de Duivel nagelaten, evenals het koord met houten parels waaruit de lengte van de vadem van Geeraard kan afgeleid worden. Wij hebben nu binnen onze Orde van de Gulden Strop die documenten, het koord en de familieverhalen samengebracht, en zullen dat alles bewaren voor degenen die na ons komen. Hoewel de verhalen van de zoektocht naar het goud van Geeraard vele malen verteld zijn geweest binnen onze families, is er vandaag helaas niemand meer die ten volle begrijpt wat de kaarten en de teksten op de perkamenten betekenen. Sinds 1415 is er dan ook niemand meer in geslaagd om de restanten van de goudschat van Geeraard de Duivel terug te vinden, die onze betovergrootvaders toendertijd niet konden vinden in de moerassen tussen Oudenaarde en Gent, als die restanten al zouden bestaan. Maar ook dat willen we met onze Orde van de Gulden Strop verder onderzoeken in de komende jaren. Het resultaat van die zoektocht zal ten gepasten tijde dan ook weer in deze Kronycke beschreven worden.

12 oktober 1540

Vanavond zijn we weer samengekomen, om te praten over de verstopplaatsen van onze gulden stroppen. Op 18 mei hadden we afgesproken dat we elk een deel van de gulden stroppen in de omgeving van Gent zouden verstoppen, en dat we voor de veiligheid elkaars verstopplaatsen niet zouden kennen. We zijn ondertussen echter tot het besef gekomen dat ook deze strategie problemen kan geven als een van ons ooit zou opgepakt worden of zou overlijden, omdat de stroppen van die persoon dan ook verloren zouden gaan voor onze Orde.

We hebben daarom manieren gezocht om de ligging van de verstopplaatsen te coderen, zodat de andere leden van onze Orde ze toch kunnen terugvinden indien nodig. We zullen al die informatie mettertijd ook in deze Kronycke opnemen. Zelfs als een van ons ooit in handen van Keizer Karel zou vallen, dan nog zullen de verstopplaatsen veilig zijn, omdat alle informatie daarover enkel in deze Kronycke staat, en ze niet zomaar door iedereen gedecodeerd zal kunnen worden.

De informatie over de verstopplaatsen coderen en alles in deze Kronycke archiveren zal ook weer een werk voor de komende maanden worden.

28 november 1540

Door alle kennis die we hebben over het goud van Geeraard de Duivel en over onze gulden stroppen in deze Kronycke samen te brengen, ben ik enkele dagen geleden tot het besef gekomen dat er iets niet klopt. Voor zover we kunnen nagaan moet er een deel van het goud verdwenen zijn! Als de gouden klepel van Klokke Roeland indertijd 103 en een halve Gentse ponden woog, en er bij het omsmelten van die klepel tot de gulden stroppen in mei dit jaar slechts 98 pond en 8 ons goud was (zoals onze goudsmeden me gezegd hebben) dan moet er zich ooit iemand een deel van het goud toegeëigend hebben.

We hebben daarover vanavond een lange bespreking gehad met alle leden van onze Orde, en we zijn er van overtuigd dat de dief of dieven moeten gezocht worden tussen de goudsmeden of tussen de wachters die de klepel uit het Belfort gehaald hebben. De diefstal kan niet in het verleden gebeurd zijn, want dan zou het al eerder opgemerkt zijn dat er een deel van de klepel ontbrak.

Sommigen onder ons geloven dat het om een ordinaire diefstal gaat, maar anderen twijfelen er aan of iemand het in deze tijden zou aandurven om een deel van de gouden klepel te stelen onder de neus van Keizer Karel. We beginnen dan ook meer en meer te geloven dat die diefstal moet gebeurd zijn met medeweten van de keizer zelf. En dat zou er dan op wijzen dat dat goud door Keizer Karel gebruikt zou kunnen zijn om degene die onze familieleden verraden heeft, te belonen. En dat zou dan wel eens ons belangrijkste spoor naar de verrader kunnen worden.

Wat er ook van zij, we houden allen onze oren en ogen wijd open. Vroeg of laat moeten we de verrader kunnen vatten, zeker als die iets met de diefstal van het goud te maken heeft.

17 januari 1541

Het net begint zich te sluiten rond de verrader. Van alle goudsmeden die bij het omsmelten van de gouden klepel van Klokke Roeland betrokken waren, is er een die zich de laatste tijd toch wel met dure dingen kan inlaten. En laat dat nu net ook een van de voorvechters zijn van de openlijke volksopstand die er sinds de zomer van 1539 in Gent was tegen het gezag en de belastingen van Keizer Karel. Ook hij is in februari vorig jaar opgepakt voor ondervraging nadat Keizer Karel in Gent aangekomen was, maar is toen snel terug vrijgelaten. En dat terwijl onze familieleden, die een kleinere rol speelden in de opstand, wel terechtgesteld zijn.

Er is ons de laatste dagen en weken opeens veel duidelijk geworden over de gebeurtenissen van vorig jaar die tot de dood van onze geliefden geleid hebben. We moeten nu proberen om meer zekerheid te verkrijgen dat we de juiste persoon verdenken van het verraad van onze dierbaren, om die verrader daarna op de gepaste manier te kunnen bestraffen.

20 februari 1541

We hebben nog altijd geen verdere zekerheid over de verrader, en dus weten we niet of we wel de juiste persoon verdenken. Maar we houden hem verder in de gaten.

Ondertussen hebben we wel samen de regels en bepalingen, en de doelstellingen van onze Orde uitgewerkt. We hebben die zo kort en eenvoudig mogelijk gehouden, en zijn overeen gekomen om alle verdere beslissingen in overleg te nemen, en wanneer nodig ze dan ook in deze Kronycke te registreren.

21 februari 1541

REGELS EN BEPALINGEN VAN DE ORDE VAN DE GULDEN STROP

De Orde van de Gulden Strop zal altijd uit 7 actieve leden bestaan. Deze zullen op de hoogte zijn van alle geheimen en kennis, en van de geschiedenis van onze Orde. Zij zullen ten allen tijde geheimhouding hierover bewaren.

Naast de 7 actieve leden zullen er steeds een aantal toekomstige leden in opleiding zijn. Deze zullen minstens 20 jaar oud zijn, en zullen wanneer nodig de leden vervangen die niet meer aan de werking van de Orde kunnen deelnemen. De vervanging van een lid dat niet meer aan de werking van de Orde kan deelnemen is een beslissing van alle op dat moment in leven zijnde leden van de Orde.

Nieuwe leden worden pas van alle geheimen en kennis van de Orde op de hoogte gebracht nadat ze geslaagd zijn in de opleiding, aanvaard zijn door de actieve leden, en ze in de Orde ingezworen zijn.

Toekomstige leden dienen proeven van bekwaamheid af te leggen voordat ze tot de Orde toegelaten worden. Naast een gedegen kennis over de streek rond Gent en alle paden en wegeltjes in de omgeving, zullen toekomstige leden ook getest worden op alle kennis die nuttig kan zijn voor onze Orde, zoals wapenkunde, alchemie, kruidenleer, navigatie, sterrenkunde en geheimschrift. De actieve leden van de Orde beslissen welke proeven de toekomstige leden dienen af te leggen, en of ze daarbij voldoende bewezen hebben dat ze deze kennis ook bezitten.

Alle beslissingen die in de toekomst genomen worden over de werking van de Orde van de Gulden Strop dienen door de actieve leden van de Orde goedgekeurd te worden. Veranderingen in deze regels en andere belangrijke beslissingen aangaande de Orde van de Gulden Strop moeten in deze Kronycke vermeld worden, om later teruggevonden te kunnen worden.

DOELSTELLINGEN VAN DE ORDE VAN DE GULDEN STROP

De Orde van de Gulden Strop zal steeds de volgende doelen nastreven.

De Orde zal wraak nemen op Keizer Karel en zijn nazaten voor alle slachtoffers die er door hun bewind in Gent gevallen zijn en in de toekomst nog zullen vallen.

De Orde zal de schatten die ze bezit en die in de toekomst nog in haar bezit zullen komen, bewaren en bewaken.

De Orde zal alle kennis over haar ontstaan, haar bezittingen en haar werking, geheim houden en beschermen tegen buitenstaanders, en die kennis aan de volgende generaties doorgeven.

De Orde zal de kennis en de bezittingen die ze heeft nooit aanwenden voor persoonlijke verrijking van haar leden, maar enkel aanwenden in het voordeel van de stad Gent en haar inwoners, waar dat mogelijk is.

Elke verandering aan deze doelstellingen dient door de actieve leden van de Orde beslist en goedgekeurd te worden, en dient in deze Kronycke opgenomen te worden.

Voor de nabije toekomst zal de Orde ook proberen om meer duidelijkheid te krijgen over wat er met de goudschat van Geeraard de Duivel verder gebeurd is (naast het betalen van het retabel van de Aanbidding van het Lam Gods en de gouden klepel van Klokke Roeland), en om degene die onze familieleden bij Keizer Karel verraden heeft op te sporen en te straffen.